Biografie

Na mijn middelbare school (HBS-A) in Vlaardingen ben ik Frans en Nederlands gaan studeren aan de Universiteit van Groningen. Ik behaalde mijn doctoraal in deze beide vakken in 1972. Daarna was ik twee jaar leraar Nederlands aan het Oosterlicht College in Utrecht. In 1976 kreeg ik een promotiebaan aan het Instituut voor Algemene Literatuurwetenschap in Nijmegen. Daar promoveerde ik in 1986 op een proefschrift over de metaforiek in Les Rougon-Macquart van Emile Zola. In 1988 werd ik benoemd tot hoogleraar Moderne Letterkunde aan de Universiteit van Utrecht.

Mijn onderzoek bestrijkt het brede terrein van de Westerse literatuur, maar met een zwaartepunt in de moderne Franse letterkunde. Daarnaast schrijf ik graag essays en vertaal ik Franse literatuur uit diverse periodes. Ik nam  deel aan grotere onderzoeksprojecten, zoals het NWO-project De Nederlandse cultuur in Europese context, als redacteur van het ijkpunt 1900. De Engelse vertaling van de studie die ik samen met historicus Jan Bank heb geschreven: 1900, The Age of Bourgeois Culture, is verschenen in 2004. Andere projecten waren het Van Gogh-brievenproject (kritische uitgave van de brieven van Vincent van Gogh - een groot deel daarvan schreef Vincent in het Frans); de reeks Literatuur in Hoofdlijnen, waarvoor ik het deel Moderne Franse Literatuur 1850-2000 schreef, samen met Els Jongeneel, en het Montaigne-project, dat onlangs werd  afgesloten met de complete vertaling van de Essais in de vertaling van Hans van Pinxteren. Mijn projecten van de laatste jaren staan in het teken van de autobiografie, de filosofie en de microgeschiedenis. In 2008 verscheen Kikker gaat fietsen, een verslag van mijn worsteling met depressie. Met de filosoof Joep Dohmen heb ik twee projecten voltooid op het snijvlak van literatuur en filosofie. Ze hebben hun neerslag gevonden in twee studies: De prijs van de vrijheid (Ambo 2011) en Van oude en nieuwe deugden. Levenskunst van Aristoteles tot Nussbaum dat dit najaar zal verschijnen bij Ambo. In 2009 verscheen het eerste deel van de driedelige reeks Hoofd van mijn dromen: Aan de haven, gewijd aan Het Hoofd, de havenwijk van Maassluis waar ik ben opgegroeid. Het is de microgeschiedenis van een wijk, geschreven vanuit het perspectief van de talrijke middenstanders die actief waren op t'Hoofd in de jaren 1950-1960. Inmiddels is deel twee van deze reeks Hoofd van mijn dromen, In de schaduw van de oorlog verschenen (2012). In het verlengde van deze locale geschiedenis heb ik me verdiept in het oorlogsverleden van Maassluis en omstreken. De Afrekening. Ontmaskering van het gewapend verzet (2012) is daar een uitvloeisel van. Twee andere boekpublicaties over dit onderwerp zijn in voorbereiding: Een ruimte voor de ziel. Opkomst en ondergang  van Jean-Michel Frank (1895-1941), dit najaar te verschijnen bij Lemniscaat en De nazificatie van een dorp, dat in de loop van 2014 zal  verschijnen bij Lemniscaat.

Onderzoek behelst ook begeleiding van dissertaties. Ik begeleid een groep promovendi, die door de jaren heen steeds zo'n tien man groot is. Mensen die een proefschrift willen schrijven, sluiten zich aan bij de groep, en  zij verlaten die weer als ze promoveren, of (wat ook wel eens voorkomt) als ze zien dat de opgave te zwaar is. Negentien kandidaten zijn inmiddels onder mijn leiding gepromoveerd; twee leggen op dit moment de laatste hand aan hun manuscript.