Van Oude en Nieuwe Deugden

Van oude en nieuwe deugden is de uitwerking van een reeks lezingen die Joep Dohmen en ik in de loop van 2012 hebben gegeven voor Studium Generale Utrecht. Het boek verschijnt in november van dit jaar.
    De door mij geselecteerde filosofen: Laozi, Epicurus, Machiavelli, Nietzsche en Rorty voelden zich ongelukkig met de deugden die in hun tijd werden gepredikt. Tegenover de naar hun mening uitgebluste en huichelachtige ethiek van hun tijd, stelden zij een ruige en levenskrachtige ethiek.
Machiavelli greep voor zijn deugdbegrip terug op de klassieke oudheid:   

Machiavelli en de deugd

De publicatie van De vorst leidde tot een geweldig schandaal. Waarom? De voornaamste reden was waarschijnlijk dat Machiavelli ‘niet schrijft wat mensen zouden moeten doen, maar wat ze doen’, om de woorden te gebruiken van Francis Bacon. Machiavelli beschreef het politieke bedrijf zoals Galileo een kleine eeuw later de valwetten beschreef of zoals, meer recentelijk, Frans de Waal de gedragingen observeert van een kolonie makaken of bavianen. Hun methode is empirisch en dat empirisme liet geen ruimte voor morele overwegingen.
    Machiavelli brak, zonder opzettelijke bedoeling, met een lange traditie van politieke geschriften die er allemaal van uitgingen dat de staat zijn oorsprong vindt in het Ene (als het om verhandelingen gaat uit de voorchristelijke tijd), ofwel in God, als het verhandelingen betreft uit de periode van het christendom. Hij brak ook met de traditie van het genre van de vorstenspiegels, handboeken waarin vorsten werd voorgeschreven dat ze zich in hun gedrag dienden te conformeren aan het ideaalbeeld van de christenvorst.
    Met deze dubbele traditie breekt De vorst. De vraag die Machiavelli zich stelt, luidt eenvoudig: ‘Wat moet iemand doen om vorst te worden?’ Hij geeft het antwoord in vijfentwintig hoofdstukjes. Daarin komen de eigenschappen aan de orde waarover iemand moet beschikken die vorst wil worden. Het gaat bijvoorbeeld om het talent om vriendschap te sluiten met machtige vorsten, het vermogen om een sterk en modern leger op de been te brengen en aan te voeren, de bereidheid en het talent om mensen te intimideren, om te kopen, te bedriegen of te vermoorden, kortom alle eigenschappen waarmee Machiavelli heeft kennis gemaakt in zijn lange carrière van diplomaat aan de Europese vorstenhoven.
    ‘Moet een vorst zich aan zijn beloftes houden?’ luidt de titel van een van de hoofdstukjes. Nu ja, het kan natuurlijk, maar het hoeft niet. Het is zelfs aan te bevelen dat de vorst zich niet aan zijn beloftes houdt. Je moet namelijk één ding goed begrijpen, zegt Machiavelli, een belofte is niet, zoals algemeen wordt aangenomen, een morele verplichting, maar een middel tot een politiek doel.
Een van de voorbeelden die hij geeft van een politieke belofte is de manier waarop Septimus Severus keizer werd. In het jaar 193 werd de Romeinse legerleider Septimus Severus, na de moord op keizer Pertinax, door zijn troepen uitgeroepen tot de nieuwe keizer. Maar er was een probleem: twee andere legerleiders waren ook door hun troepen tot keizer uitgeroepen. Dat waren Albinus, de gouverneur van Brittannië en Niger, de gouverneur van Syrië. Septimus loste dit probleem als volgt op. Hij beloofde Albinus dat hij het keizerschap met hem zou delen. Er zouden twee keizers zijn: Albinus en Septimus. Septimus liet dit besluit vastleggen door de senaat in een officieel document met linten en zegels en hij stuurde dat, samen met zijn felicitaties en vele schitterende cadeaus naar Brittanië.
Hij had nu zijn handen vrij, trok met zijn leger op naar het oosten en versloeg het leger van Niger verpletterend in 194. Daarna ging hij terug naar Rome. Hij beschuldigde Albinus van landverraad, trok met zijn leger op tegen Albinus, versloeg diens troepen en dwong Albinus tot zelfmoord. Tot zover de functie van beloftes in de politiek.
    ‘Moet een vorst wreed zijn, of juist clement?’ luidt de titel van een ander hoofdstuk. Tja, dat hangt er maar helemaal vanaf. U moet goed begrijpen, zegt Machiavelli, dat wreedheid en clementie geen morele handelingen zijn maar, net als beloftes, middelen om een politiek doel te bereiken.
    Er kunnen situaties zijn waarin het noodzakelijk is om wreed te zijn. Neem Hannibal. Diens leger was samengesteld uit soldaten uit wel tien verschillende stammen. Hannibal slaagde erin om uit die lappendeken een leger op te bouwen dat sterk en gedisciplineerd was en dat niet alleen: hij stak met dat leger de Middellandse Zee over, trok met olifanten en al over de Alpen, en bond aan de andere kant van de bergen de strijd aan met het machtigste leger ter wereld, dat van de Romeinen. Tijdens zijn langdurige campagnes is er niet één geval bekend van een soldaat die weigerde bevelen op te volgen. Hoe was dat mogelijk? Dat was mogelijk omdat Hannibal zijn soldaten onvoorstelbaar wreed behandelde. Ze waren zo bang voor hem dat ze nog liever elke willekeurige vijand aanvielen, dan zich terug te trekken. Functionele wreedheid zou je dat kunnen noemen.
    Cesare Borgia is een ander voorbeeld. Machiavelli had langdurig en intensief contact met Borgia onderhouden in de tijd dat hij kanselier was. Cesare Borgia was de zoon van paus Alexander VI. Hij probeerde met steun van zijn vader een vorstendom te vestigen dat Romagna heette en dat zich in midden-Italië uitstrekte over een gebied waarin wel vijf, zes vorstendommen waren gevestigd. De vorsten van deze staatjes waren niet blij met Borgia’s initiatief. Vier van hen sloten een verbond. Ze brachten Borgia in het nauw. Borgia besloot vriendschap te sluiten. Met alle vier sloot hij een verdrag, hij verklaarde altijd al van plan te zijn geweest hun vorstendommen te respecteren, deed elk van hen 4000 dukaten cadeau en beloofde de belangrijkste vorst, Bentivoglio, zijn dochter om door middel van dit huwelijk de goede relaties te bezegelen.
    Hij overtuigde de vier vorsten ervan dat zij er beter aan deden gezamenlijk op te trekken tegen gemeenschappelijke vijanden, dan elkaar onderling te bevechten. Bij de inname van de kunstplaats Sinigaglia stuitten de vier vorsten op een probleem: ze slaagden er niet in een burcht in te nemen. Ze vroegen Borgia om raad, want Borgia was goed met de plaatselijke situatie op de hoogte. Borgia stelde voor om te overleggen over de manier waarop ze dit probleem konden klaren. Zodra de vijf in Sinigaglia bijeen waren gekomen, nam Borgia zijn bondgenoten gevangen. Hij liet ze afvoeren naar een achterkamertje en daar allemaal wurgen. In één klap was hij van al zijn rivalen af.
    Was dit wreed? vraagt Machiavelli. Ogenschijnlijk wel, maar als je kijkt naar het politieke effect, zul je zien dat het omgekeerde het geval is. Het gevolg van het verraad van Sinigaglia was namelijk dat er voor het eerst rust en vrede heerste in een gebied dat verscheurd was geweest door bloedige oorlogen. Wat eruit zag als wreedheid was in feite een daad van clementie.
    Het omgekeerde is ook waar, zegt Machiavelli. Florence had veel last van de steden Pisa en Pistoia die onder haar gezag vielen. Vooral Pistoia wilde maar niet deugen: er braken voortdurend opstandjes en ongeregeldheden uit. Door een gelukkig toeval vielen de beide opstandelingenleiders in handen van de Florentijnen. Maar in plaats dat de autoriteiten die lui een kopje kleiner maakten, streken ze de hand over hun hart en lieten hen vrij! Een kind kon voorspellen was er vervolgens gebeurde. De opstanden laaiden heviger op dan ooit. De toestand liep zozeer uit de hand dat Florence gedwongen was om een leger op de been te brengen en Pistoia met de grond gelijk te maken, ten koste van talloze slachtoffers. Zachte heelmeesters, stinkende wonden. Wat oppervlakkig gezien leek op een daad van clementie was, gerekend naar het politieke effect, een daad van wreedheid.
    Zo komt Machiavelli tot een opmerkelijke conclusie die je het best kunt omschrijven als een ‘Umwertung aller Werte’. Ik gebruik met opzet een uitdrukking van Nietzsche, omdat Machiavelli, net als Nietzsche, de christelijke moraal ontmaskerde, en teruggreep op de moraal van de Klassieken.

Machiavelli vatte de eigenschappen waaraan een vorst moet voldoen om vorst te worden (onverschrokkenheid, list, daadkracht, bluf, vriendjespolitiek, wreedheid enz.) samen onder de term virtù. En niet alleen vat hij al deze eigenschappen samen onder de term virtù, hij noemt ook de afzonderlijke eigenschappen virtù. Virtù is het meest voorkomende woord in het politieke jargon van Machiavelli.
Deze virtù wordt belichaamd door de condottiere (letterlijk ‘leider’), in de praktijk een legerleider van een huurleger of een militie. Een van de voorbeelden van zo’n condottiere was Agathocles van Sicilië. Agathocles was de zoon van een Siciliaanse pottenbakker. Hij koos voor het beroep van soldaat en hij maakte snel carrière, omdat hij sterk en gewetenloos was. Uiteindelijk werd hij het hoofd van de militie van Syracuse. Hoe kon de stad het best worden verdedigd? Naar aanleiding van deze vraag riep Agathocles de senaat en de burgerij bijeen voor beraad. Zodra de senatoren en vooraanstaande burgers in de raadzaal bijeen waren, liet Agathocles ze allemaal vermoorden. Hij legde beslag op de bezittingen van de rijke burgers. Daarna vestigde hij een langdurig en stabiel bewind over Syracuse, een bewind dat zo sterk was dat het elke agressie kon weerstaan. Op zeker moment viel het leger van Carthago Sicilië binnen en belegerde de stad Syracuse. Agathocles hield de Carthagers buiten de muren en dat niet alleen. Hij slaagde erin om de helft van zijn leger naar de overkant van de Middellandse Zee te sturen, waar het Carthago aanviel. Het gevolg was dat de Carthagers als hazen terug moesten om hun vaderstad te redden. Dàt is virtù volgens de redenering van Machiavelli in De Vorst
    Nu is het woord virtù afgeleid van het Latijnse woord virtus, dat op zijn beurt weer is afgeleid van de woorden vis – kracht - en vir – man - . Het komt bijna onveranderd voor in het Frans woord vertu, en het Engelse virtue. Virtù betekent met andere woorden ‘deugd’, maar het is een deugd die lijnrecht staat tegenover datgene wat wij daar tegenwoordig onder verstaan.
Dat leidt tot een vertaalprobleem. Hoe moeten de vertalers van Machiavelli het sleutelwoord virtù vertalen? In de praktijk omzeilen ze het probleem. Ze vertalen virtù met allerlei woorden: ‘moed’, ‘kracht’, ‘macht’, ‘list’ ‘energie’ en dergelijke, maar vaak laten ze het woord onvertaald. Dat leidt ertoe dat je in de Franse, Engelse en Nederlandse vertalingen heel vaak het Italiaanse woord virtù tegenkomt.
    De reden is niet zozeer dat het hier een typisch Italiaans begrip betreft, zoals condottiere, dat moeilijk vertaalbaar is en beter onvertaald kan blijven, zodat je bij het lezen van condottiere iets proeft van Italiaanse ijzervreters uit de Renaissance. In het geval van virtù is er een andere reden waarom de vertalers het begrip maar liever onvertaald laten en dat is dat virtù, indien vertaald als ‘deugd’, door de lezer opgevat zou worden als deugd in christelijke zin. In de enkele gevallen waarin de Nederlandse, Franse of Engelse vertaler virtù wel vertalen als ‘deugd’(of vertu, of virtue), omdat de context dat toelaat, ontstaat er begripsverwarring, omdat wij eenvoudig iets anders begrijpen als we het woord ‘deugd’ lezen, dan Machiavelli met virtù bedoelde. Machiavelli’s virtù is onverenigbaar met christelijke ‘deugd’. Borgia en Agathocles waren toonbeelden van virtù, maar niet van ‘deugd’.
    Machiavelli legt er nadruk op dat zijn virtù onverenigbaar is met christelijke deugd. Hij brengt christelijke deugden zo nu en dan ter sprake om duidelijk te maken dat deze deugden onbruikbaar zijn en zelfs contraproductief als ze worden toegepast in de politiek. De godsstaat van Savonarola en het bewind van de Florentijnse Republiek onder Piero Soderini zijn daar sprekende voorbeelden van.
Keert Machiavelli zich tegen het geloof in het algemeen? Nee, dat kun je niet zeggen. Machiavelli vindt geloof heel nuttig, op voorwaarde dat dit geloof een bindmiddel is dat zorgt voor staatkundige samenhang. Hij geeft diverse voorbeelden uit de tijd van het oude Rome. De oude Romeinen namen geen enkele belangrijke politieke beslissing, ze begonnen aan geen enkele veldslag als priesters en voorspellers niet uit bepaalde voortekens hadden afgeleid dat de goden het besluit goedkeurden. De priesters bestudeerden de vlucht van de vogels; de haruspices bestudeerden de ingewanden van een pas geslachte kip; daaruit leidden ze af of de goden gunstig dan wel ongunstig gestemd waren. En was dat laatste het geval, dan ging het besluit of de veldslag niet door.
    Machiavelli meende dat de christelijke godsdienst van zijn tijd een ontaarde godsdienst was, als je hem vergeleek met de godsdiensten uit de voorchristelijke tijd.
    Het summum van ontaarding vond hij de Kerkelijke Staat onder leiding van de paus. Het feit dat de paus zich manifesteerde als staatshoofd en als aanvoerder van een pauselijk leger door Italië trok, had er volgens Machiavelli toe geleid dat Italië als eenheid te gronde was gegaan. Daar kwam nog bij dat de paus allianties was aangegaan met buitenlandse mogendheden zoals Frankrijk en Spanje en de deur had open gezet voor vreemde legers die, verenigd in de Heilige Alliantie, Italië onveilig maken.
    Dat is de reden waarom Machiavelli De Vorst besluit met een oproep aan Lorenzo de Medici om de eenheid van Italië te herstellen, de paus zijn wereldlijke status van staatshoofd te ontnemen en de buitenlandse troepen het land uit te jagen.
    Is Il Principe een immoreel boek? Ja, als we onder immoreel verstaan een boek waarvan de strekking strijdig is met de christelijke moraal.
    Is Il Principe een amoreel boek? Nee, dat is het zeker niet. Machiavelli grijpt terug op een moraal. Alleen is dat niet de christelijke moraal, maar de moraal van de Klassieken.