Jean-Michel Frank 1935 Jean-Michel Frank 1935

Een ruimte voor de ziel

Eind november van dit jaar verschijnt het boek waaraan ik jarenlang heb gewerkt. De titel luidt: 

Een ruimte voor de ziel
Opkomst en ondergang van Jean-Michel Frank (1895-1941)

Aan dit boek zal ik mijn afscheidscollege wijden.  Datum: woensdag 27 november. Plaats: Academiegebouw Utrecht. Tijd: 20.00 uur. Toegang gratis. Borrel toe. 

Op vrijdag 29 november zal ik 's middags om 16.00 uur een lezing houden over Jean-Michel Frank in het Anne Frank Huis te Amsterdam. De bijeenkomst zal worden ingeleid door Ronald Leopold, directeur van het Anne Frank Huis. Bij deze gelegenheid zal tevens het boek worden gepresenteerd.  Toegang via groepenentree van het Anne Frank Huis, Prinsengracht 267. 

Een ruimte voor de ziel  gaat over het leven en werk van Jean-Michel Frank, misschien beter: over de relatie tussen die twee, want ik ga ervan uit dat de eigenaardige opvatting van Jean-Michel Frank over binnenhuisarchitectuur – hij ontwierp interieurs die voornamelijk leeg waren – te maken heeft met zijn tragische levensloop. 

Jean-Michel Frank, een volle neef van Otto Frank, de vader van Anne, maakte tijdens een verblijf in New York, begin 1941, een eind aan zijn leven. Jean-Michels vader, Léon Frank, was aan het eind van de negentiende eeuw geëmigreerd naar Parijs. De lotgevallen van de Parijse en de Frankfurtse tak van de familie Frank vertonen navrante overeenkomsten als het gaat om vervolging en vernietiging. De Parijse Franks werden tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar op de proef gesteld: Jean-Michels twee oudere broers sneuvelden kort na elkaar. Een paar maanden later pleegde zijn vader zelfmoord; zijn moeder zakte weg in een depressie en werd opgenomen in een inrichting.

Jean-Michel bleef alleen achter. Hij kampte zijn leven lang met een ongeneeslijk mal de vivre en werd herhaaldelijk opgenomen in een kliniek. Maar hij was ook uitzonderlijk getalenteerd en ontwikkelde zich in het tijdperk tussen de Wereldoorlogen tot een wereldberoemd binnenhuisarchitect. Hij kreeg opdrachten van de belangrijkste bankiers, grootindustriëlen, edelen en kunstenaars van zijn tijd. Ze betaalden kapitalen voor interieurs die zo kaal waren als kloostercellen. Franks opvattingen over kunst waren uitdrukking van zijn tragische levensvisie: jood te zijn in een tijd dat joden niet gewenst waren.

In 1939 vluchtte Jean-Michel Frank naar Argentinië en van daaruit naar New York. Hij stond op het toppunt van zijn roem, werd overladen met opdrachten van the rich and famous. In New York zou hij de laatste hand leggen aan de inrichting van het appartement van Nelson Rockefeller. Maar Jean-Michel was uitgeput. Hij voelde zich gekapt van de wortels die hij tevergeefs in Franse bodem had proberen te slaan. Op 8 april 1941 pleegde hij zelfmoord. ‘I ask my friends who have been so good to me to forgive me. I thank them deeply for trying to help me but I have no strength left to go on’, stond op het briefje dat hij naast zijn bed had gelegd.